| |
 |

Hieronder volgt een overzicht van veelgestelde vragen over sport en voeding:
De laatste 10 minuten van mijn training ben ik altijd zo moe. Kan dat aan de voeding liggen?
Als ik wil afvallen, moet ik dan na een training niet meer eten?
Ik heb altijd zo’n last van miltsteek, doe ik iets fout met mijn voeding?
Als ik spiermassa wil opbouwen, moet ik dan veel eiwitten eten?
Ik sport meer dan normaal, eet niet anders maar kom wel aan. Hoe kan dat?
Hoe kan het dat ik niet afval, terwijl ik zoveel sport?
Moet ik als sporter al het vet uit mijn voeding laten?
Waarom heb ik als sporter anti-oxydanten nodig?
Ik wil liever niet te breed worden van boven, moet ik dan maar niet gaan fitnessen?
De laatste 10 minuten van mijn training ben ik altijd zo moe. Kan dat aan de voeding liggen?
Ja, dat kan. Er is namelijk een verschil tussen snelle en langzame energie.
De eerste 1-1,5 uur van uw training verbruikt u veel koolhydraten (de snelle energie). Heeft u lange tijd voor de training niet goed gegeten, dan is de voorraad koolhydraten eerder op en gaat het lichaam over op langzame energie: de vetten. U kunt zich dan niet meer 100% inzetten, want vet is daarvoor niet de goede brandstof. Een sprintje trekken bijvoorbeeld is dan haast niet meer mogelijk. Goede voeding, in de juiste hoeveelheid op het juiste tijdstip voor de sportinspanning is hiervoor de oplossing.
Als ik wil afvallen, moet ik dan na een training niet meer eten?
Ook al bent u aan het afvallen, dan is het toch goed om na de training juist wel te eten en dan vooral koolhydraten. Tijdens de training verbruikt u (bijna) alle energievoorraden van de snelle energie, het glycogeen (dit bestaat uit koolhydraten). Glycogeen is in beperkte hoeveelheid opgeslagen in de lever en spieren. Meteen na een training is het verstandig deze voorraad aan te vullen. Binnen twee uur na een training nemen de lever en spieren het meeste glycogeen op. Eet en drinkt u niets meer na een training, dan blijven deze voorraden leeg en start u de volgende dag met een tekort aan snelle energie. Met als gevolg dat u de hele dag een extreem hongergevoel hebt, waardoor u die dag meer wilt en moet eten. Bij een volgende training loopt u het risico dat u erg weinig snelle energie hebt en dus de training niet goed kunt volhouden. U traint dan niet optimaal. Het is wel verstandig op te passen met sterk energierijke en vetrijke producten.
Ik heb altijd zo’n last van miltsteek, doe ik iets fout met mijn voeding?
Waarschijnlijk eet of drinkt u te kort voor de training. Probeer uiterlijk 2 uur voor een training de laatste (grote) maaltijd te nemen. Pas ook op met eten en drinken van geconcentreerde producten tijdens de training. Het eten moet verteerd worden in de maag, wat veel zuurstof kost en bloed trekt. En juist uw spieren hebben tijdens de inspanning al die zuurstof nodig.
Als ik spiermassa wil opbouwen, moet ik dan veel eiwitten eten?
Eiwitten zijn een bouwstof voor o.a. uw spiermassa. Als u spiermassa wilt opbouwen heeft uw lichaam dus meer behoefte aan eiwit. Eiwitten bestaan uit verschillende aminozuren. Er zijn twee soorten aminozuren: de essentiële en niet-essentiële. Jammer genoeg maakt het lichaam de essentiële aminozuren niet zelf aan. En het woord zegt het al: u heeft ze wel nodig. Het is dus van belang deze via de voeding in te nemen om zo een goede spieropbouw te kunnen realiseren. Overigens bevatten dierlijke eiwitten meer essentiële aminozuren dan plantaardige.
Maar eiwitten alleen zijn niet voldoende . Het gaat om de maximale inzet van de vier pijlers van spierontwikkeling: training, voeding, herstel en motivatie. Wie één van de pijlers verwaarloost, kan geen optimale resultaten verwachten.
Ik sport meer dan normaal, eet niet anders maar kom wel aan. Hoe kan dat?
Door het sporten bouwt u spiermassa op. Spiermassa kan in de plaats komen van vetmassa, dus uw vetpercentage daalt en uw lichaam wordt strakker. Maar spiermassa weegt nu eenmaal meer dan vetmassa, dus is het mogelijk dat u bij gelijkblijvend voedingspatroon in gewicht toeneemt. De vraag is, of dit erg is. Nee dus, want u bent tenslotte wel ‘gezonder’ zwaarder.
Hoe kan het dat ik niet afval, terwijl ik zoveel sport?
Sporten hoeft niet meteen afvallen te betekenen. Afvallen vindt plaats door een combinatie van bewegen en verantwoord eten. Eet u, ondanks het vele sporten, dagelijks de hoeveelheid energie die het lichaam nodig heeft, dan blijft het gewicht stabiel. Het kan ook zijn dat u meer spiermassa aanmaakt, dat in de plaats van het vet komt. Spieren zijn nu eenmaal zwaarder dan vet.
Moet ik als sporter al het vet uit mijn voeding laten?
Nee, veel vet is natuurlijk niet goed, maar een kleine hoeveelheid vet in de voeding is juist nodig aangezien dit een aantal belangrijke functies heeft. Vet heeft u bijvoorbeeld nodig omdat daarin de vitamines A, D, E en K kunnen oplossen. Deze vitamines zijn goed voor de organen en beschermen het lichaam tegen kou. De onverzadigde vetten zorgen bovendien juist voor een verlaging van het vetpercentage, een betere opbouw van de spiermassa en hebben een ontstekingsremmend effect.
Waarom heb ik als sporter anti-oxydanten nodig?
Tijdens de verbranding van eiwitten, vetten en koolhydraten worden zogenaamde vrije radicalen geproduceerd. Een aantal vrije radicalen is essentieel voor een goede gezondheid, ze bestrijden onder andere infecties.
Een overschot aan vrije radicalen kan gaan oxideren (bederven). Als sporter heeft u een hoge verbranding van voedingsstoffen en produceert u veel vrije radicalen. Het lichaam gebruikt anti-oxidanten (verdedigers) om een overschot aan vrije radicalen tegen te gaan.
Ik wil liever niet te breed worden van boven, moet ik dan maar niet gaan fitnessen?
Fitnessen betekent niet dat u alleen maar breder wordt en veel spierballen kweekt. Het is van belang de juiste soort training te doen. Als u niet te zware gewichten gebruikt en niet meer dan zo’n 12 tot 30 herhalingen per keer doet, dan zult u uw spieren eerder trainen op uithoudingsvermogen dan op kracht. En dan zal uw spiermassa dus niet al te veel uitzetten.
|
 |
|
|