terug naar startpagina                                                                     

 

 

 

Uit het Financieel dagblad:


 

 

 

 

De Toegenomen aandacht voor gezondheid vertaalt zich in een miljardenmarkt voor functionele voedingsmiddelen, die nog steeds groeit. Maar kan de zoektocht naar gezonde ingrediënten worden overgelaten aan de industrie? > Catrien Seite

 

Het drankje waar alles in zit om een ge­zonde voeding te waarborgen zal er waarschijnlijk nooit komen. Van de ontgiftingsdrankjes of anti-age huidcapsules is wetenschappelijk niet bewezen dat ze werken, Maar de nadruk op 'functional foods' ­yoghurtproducten die cholesterolverlagend wer­ken, bijvoorbeeld, of margarines met toegevoegde vitaminen - zal alleen maar toenemen. Volgens Anders Moberg van supermarktgigant Ahold wordt de aandacht voor zogeheten healthfoods en wellness dé trend van de nieuwe eeuw.

Dit omdat wij inmiddels weten dat ons voe­dingspatroon een belangrijke rol speelt bij de meeste hart· en vaatziektes, obesitas en bepaalde vormen van kanker. Toch lukt het slechts een schamele twee procent van de Nederlandse bevolking om zich te houden aan de beroemde 'schijf van vijf, die ons vertelt wat we zouden moeten eten, blijkt uit een in 2002 opgesteld rapport van de Gezondheidsraad. Daarmee ligt er voor de industrie een gouden kans. Om die andere 98 procent van de bevolking te helpen gezonder te leven en beter te eten, richt een groot aantal voedingsbe­drijven zich in toenemende mate op het ontwikke­len van voedingssupplementen, functional foods of specifiek gezondheidsbevorderende voedings­middelen (svg's), En we happen maar al te graag toe. Volgens Euromonitor werd er in 2004 wereld­wijd aan dit soort voeding 44,1 miljard dollar uit­gegeven, waarvan 11 miljard in Europa. Daarmee maken producten als het Vitaalbrood Pro-Fit of de cholesterolverlagende pro-activ lijn al enkele pro­centen uit van onze totale voedingsaankopen. En verwacht wordt dat de markt nog verder zal groeien.

 

Voorgangers

Evenwel is de trend naar verrijkt eten niet geheel nieuw. De supplementen hadden al voorgangers. Zo werd eerderop verzoek van de overheid vitami­ne A en D toegevoegd aan margarine en werd jodium in broodzout verplicht gesteld (tot 1984). Ook de toevoeging van fluor aan het leidingwater was een maatregel van de overheid. Deze regeling was slechts enkele jaren van kracht.

Op een heel andere manier hield Unilever zich een halve eeuw geleden al bezig met ons eetpa­troon. In het na-oorlogse Engeland waar veel voe­dingsmiddelen schaars waren, leverde 'fish and chips' in combinatie met een appel voldoende vitamines voor een dag. Voor mensen die niet van vis hielden, zocht Unilever een alternatief. En dat werd gevonden in de visstick, die in 1955 op de markt kwam: 100 procent vis, maar het zag er an­ders uit.

Een zo Nederlands product als zuivel is bijna geschapen voor allerlei toevoegingen. Bij Campi­na zijn ze dus al een aantal jaren bezig met onder­zoek. Jan Steijns is manager Nutrition Affairs en voor hem zijn functional foods de elementen 'die iets extra's voor je gezondheid betekenen'. Zo is de yoghurtdrank Vifit verrijkt met de melkzuurbacterie LGG, die helpt de darmflora in balans te hou­den. Het product kan handig zijn voor mensen met een drukke baan, die meer risico lopen stress te

 

'BEDRIJVEN MOETEN PRATEN OVER VITALITEIT IN PLAATS VAN GEZONDHEID. DAN HAAL JE HET UIT DE MEDISCHE HOEK'

 

krijgen, een aandoening die het evenwicht in de darmen danig kan verstoren.

Zonder in ingewikkelde chemische reacties te vervallen noemt Steijns een aantal elementen die ons lichaam helpen gezonder te werken. 'Zuivel en calcium zijn een heel goede combinatie. Calcium bindt vetten - calorieën dus - en zuiveleiwit heeft een verzadigende werking, waardoor je min­der gaat eten.  ‘Campina is gefocust op de rol van zuivel en in die sector hebben ze al een naam opge­bouwd met het manipuleren van voedselproduc­ten. 'In feite is halfvolle melk ook al een functional food', aldus Steijns. Vanuit diezelfde gedachte is ook Optimel ontstaan, een zuivellijn van Campina met extra vitaminen B en C, fruit, geen vet en geen toegevoegde suiker. Dergelijk producten vinden gretig aftrek bij met name koopkrachtigen van mid­delbare leeftijd. 'SS-plussers zijn geïnteresseerd in de kwaliteit van het leven', zegt Steijns. 'Dat zijn de mensen die dit soort producten kopen. Daar zitten ook de managers bij.'

Maar voorlopig zijn alle inspanningen bij Cam­pina gericht op overgewicht. 'Wetenschappers houden zich nu bezig met vetverbranders als groe­ne thee en een bepaald stofje in rode pepers. Of via sensorische verzadiging, waarbij signalen de her­senen bereiken terwijl je het voedsel nog verwerkt in de mond', zegt Steijns.

 

Vertrouwen

Dergelijke innovaties op voedingsgebied stellen levensmiddelenbedrijven in staat nieuwe groepen consumenten aan te boren. Mooier kon het dan ook niet toen een aantal ziektekostenverzekeraars besloot premiekortingen te verlenen bij bewezen gebruik van bepaalde functionele voedingspro­ducten. Zo vergoedt de Nederlandse verzekeraar VGZ maximaal 40 euro per jaar voor het smeren met Becel pro-activ (Unilever) en ki1n zuivelgigant Danone profijt trekken van eenzelfde soort tege­moetkoming van Franse ziektekostenverzeke­raars voor zijn cholesterolverlagende producten­lijn. Overigens kiest Avéro Achmea intussen voor een iets andere aanpak, die een voordeel inhoudt voor consumenten van biologische producten.

Zo'n door de industrie omwikkeld 'superfood' waarvan wetenschappelijk is bewezen dat het werkt en dat vervolgens op brede maatschappelijke acceptatie kan rekenen is natuurlijk de ideale win­winsituatie. Maar omdat fabrikanten meer belangen op het oog hebben dan de gezondheid van de consument, is het volgens de Gezondheidsraad noodzakelijk dat 'het onderzoek naar gezonde in­grediënten niet geheel aan de voedingsmiddelenin­dustrie wordt overgelaten.' Dit ook omdat de inzichten van wetenschappers in de loop der tijd nogal eens kunnen verande­ren. Zo plaatst de voorzichtige conclusie van een tienjarige studie van de Eras­mus Universiteit vraagtekens bij het huidige denken over verzadigde vet­ten: 'Verzadigde vetten worden bijna overal slecht genoemd, maar bij analyses van die vetten in kaas of melk komen er vaak heel andere dingen uit. In kaas zit bijvoorbeeld vitamine K2, dat verminderde vaatverkalking geeft', aldus Steijns. De studie geeft wel aan dat er meer onderzoek moet volgen, maar dit voortschrijdend inzicht kan zowel voor de con­sument als voor het bedrijf van belang zijn.

Hoe weetje dan als consument of je een weten­schapper die voor een commercieel bedrijf werkt, wel kunt vertrouwen? Steijns van Campina is daar heel stellig in: 'Je hoort inderdaad verschillende boodschappen. Wij interpreteren de wetenschap­pelijke literatuur en gaan discussies niet uit de weg, en in een bedrijf ga je iets korter door de bocht. Maar ik ga mijn wetenschappelijke geloof­waardigheid niet in de waagschaal stellen,'

Toch blijft het lastig om de consument eendui­dig te informeren, ook omdat de verschillende lan­den diverse uitgangspunten hanteren. Steijns: 'Hoe kun je de werking van het product vertalen in populairdere taal zonder de nuanceringen te ver­liezen? De boodschap die wij het liefste zouden zien is dat zuivelproducten in een goed dieet ho­ren. Met relatief weinig energie (calorieën) krijg je toch veel voedingsstoffen binnen.' Helaas, ook bij de derde keer vragen naar nieuwe voedingsmid­delen die op komst zijn, geeft Steijns niet thuis, al is het lachend. 'We zijn bezig, maar meer zeg ik niet.'

 

 

Laagdrempelig

'In het begin dachten mensen bij functional foods aan een soort "magie bullet" die in een flesje ge­stopt kon worden. Van dat idee zijn we nu af, ver­telt Hans van Trijp, hoogleraar marketing en con­sumentengedrag aan de Universiteit van Wage­ningen, een bolwerk op het gebied van voeding. 'De aandacht neemt toe voor voeding en gezond­heid. Daar kun je zelf iets aan doen. Consumenten denken zelf ook veel meer: hoe kan ik iets voorkomen? Ik drink bijvoorbeeld Vifit. Dat kan ik net zo goed drinken als iets anders en het doet ook nog iets goeds in mijn lichaam.

Van Trijp ziet de aandacht voor voeding groter worden, maar of mensen dan ook beter gaan eten? 'Ik denk dat ze meer rekening met hun gezondheid houden. En nieuwe producten zullen ze nemen als ze laagdrempelig zijn, makkelijk in te passen in het voedingspatroon, niet buitenissig duur, goed sma­ken en makkelijk te consumeren zijn.' Want daar is hij inmiddels wel achter: men wil wel nieuwe din­gen eten, maar het mag geen extra moeite kosten. 'Mensen willen geen offers brengen. In woorden kunnen ze alles heel goed vertellen, maar in hun daden zijn ze gemakzuchtig.'

Van Trijp zou graag zien dat consumenten hun voedingsgedrag veranderen, al was het alleen maar vanwege het grote probleem van obesitas. 'Maar dat kan niet met een opgestoken vingertje, je moet met verlokkingen uit de markt komen. Be­drijven moeten meer praten over vitaliteit in plaats van gezondheid. Dan haal je het ook uit de medische hoek.'

Producenten moeten innoveren om zich staan­de te houden, maar liever had Van Trijp dat het minder vanuit de technologie geredeneerd zou gebeuren. Voedingsmiddelenfabrikanten zouden moeten gaan samenwerken met retailers om bi­ologische producten op de markt te brengen vanuit de gedachte dat maatschappelijk on­dernemen de toekomst heeft, bijvoorbeeld. 'Al die aandacht voor steeds kleinere (toegevoegde) deeltjes in onze voeding doet consumenten ook wel eens vergeten dat we nog steeds over eten praten. We pra­ten niet over medicijnen maar over voe­dingsmiddelen!'

Volgens Van Trijp moeten mensen ook hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot hun voeding en gezondheid kennen. Toch zou hij willen dat de overheid een wat strakkere regie gaat voeren wat betreft voeding en gezondheid. Nu ligt de nadruk nog altijd op kwaliteit en veiligheid en niet op de gezondheidswaarde. 'Er moet urgent wat gebeuren aan overgewicht. Dat red je niet meer door mensen te zeggen dat ze beter moeten eten. Ook aan de aanbod kant moet het anders', weet Van Trijp.

 

Bewustwording

Een andere wetenschapper die zich al lange­re tijd bezighoudt met voeding en gezondheid is Gertjan Schaafsma, bijzonder hoogle­raar Voeding en Levensmiddelen in Wage­ningen. Hij houdt het het liever simpel, want een goede voeding en voldoende bewegen zijn nog steeds de beste manieren om gezond te blijven. En bij twijfel zijn er onafhankelijke organisaties als de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum om vragen te beantwoor­den en een onpartijdig oordeel te vellen. 'Zij zijn consistent over de hele linie. hoewel ze niet meelopen met de nieuwste ontwikkelin­gen en de voorlichting niet altijd even inno­vatief is. Wij kunnen ons verheugen in heel veel voedselveiligheid.

Betere voeding ligt niet bij functional foods, maar in de eerste plaats in het gedrag van de consument, die vaak een foutieve voedselkeuze maakt, benadrukt Schaafsma. 'Daarnaast heeft onze maatschappij heel veel obesogene krachten. We bewegen te weinig door het gebruik van de auto, de lift, de com­puter. Je wordt niet meer gestimuleerd te be­wegen. Dat is de primaire oorzaak. We zijn met z'n allen wel minder gaan eten, maar we bewegen te weinig.' De overheid zou dat moeten stimuleren en zorgen voor bewust­wording. 'Heel veel huisartsen weten zeer weinig over het energiegehalte van voe­dingsproducten. Laat staan de consument.’

Alarmerend is wel dat Schaafsma het ver­dwijnen van de huishoudschool als een van de redenen noemt voor het teloorgaan van de meest basale kennis over levensmiddelen. 'In met name de lagere sociale klassen had­den de meisjes nog kookles en leraressen op huishoudscholen hadden veel verstand van voeding. Nu is er een ontstellend gebrek aan kennis. Daar moeten we meer aan doen.'

Tot ongeveer 1970 was de klassieke voe­ding gericht op een evenwichtig pakket. Maar onder invloed van de Japanse cultuur, die van oudsher al meer interesse had voor voeding en gezondheid, is er meer belangstelling gekomen voor specifieke ingrediënten. Schaafsma: 'De industrie wil een toegevoegde waarde leveren. Op zich is dat een goede ontwikkeling. Na de halfvolle melk en vitamine A in margarine zijn we nu bij de tweede generatie als bio-actieve stoffen en fytosterolen, die een bijdrage leveren aan het verlagen van het cho­lesterol.' Een spoedige doorbraak met iets ge­heel nieuws ziet hij echter nog niet zo snel ge­beuren. “Personalized nutrition" duurt nog een fors aantaljaren. Neem bijvoorbeeld Becel pro­activ, dat miljoenen heeft gekost. Zuivelfabri­kanten zijn er niet op voorbereid om zoveel geld uit re geven aan die research. Eigenlijk kunnen alleen de heel groten iets bereiken. Het meeste geld wordt toch verdiend met functio­nal food van de eerste generatie.'

Al die zoektochten naar gezonde toevoe­gingen in sport- of zuiveldrankjes heeft na­tuurlijk wel iets opgeleverd. 'Intussen weten we al zo veel over goede voeding, dat we nu al kunnen beginnen met gezonder eten.' Veel supplementen zitten namelijk ook in degelij­ke groenten als spruitjes, wortel en kool. De aandacht voor supplementen vindt Schaafsma zwaar overtrokken, hij ziet liever dat de consument meer kennis krijgt over voedingsmiddelen en vaker gaat wandelen. 'Een belegger gokt ook niet op één aandeel. Je spreidt het risico. Daarom moetje ook gevari­eerd eten. Daarbij moet de consument wel kritisch blijven, want in de voedingsindustrie wordt vaak overdreven. Zoals in reclame ge­bruikelijk is.'

 

Functionele componenten

Enkele voorbeelden

Alfa-caroteen (wortelen) - vangt vrije radica­len weg. die cellen beschadigen

Beta-caroteen (fruit. groenten) - vangt vrije radicalen weg

Luteïne (groene groenten) - goed voor ogen

Lycopeen (tomaten) - zou de kans op pros­taatkanker verminderen

Zeaxanthine (eieren, citrus, mais) - draagt bij aan het behoud van goede ogen

Anthocyanidinen (fruit) - reduceert het risico van bepaalde typen van kanker

Volkoren granen (ontbijt granen) - reduceert het risico van hart- en vaatziekten

Geconjugeerd linoleenzuur (kaas, vleesproducten) - verbetert lichaamsvetcompositie, ver­laagt risico op bepaalde kankers

Sulforafaan (koolsoorten) - vermindert de kans op bepaalde typen van kanker

Soja: sojabonen, soja voedingsmiddelen, soja eiwit bevattende voedingsmiddelen - verbete­ren cholesterolgehalte, bevatten antikan­kerenzymen